Straathoekwerk

MET EEN STOERE KNUFFEL...

Het is een doordeweekse dag. In de garage met openstaande poort staan Erik en ik wat te kletsen. Erik maakt een moeilijke tijd door, ik zie de vermoeidheid op zijn aangezicht. Zijn vader is na een slepende ziekte overleden. “Mijn held is uit mijn leven weggerukt.”, zegt Erik waarmee hij aangeeft hoe belangrijk zijn vader voor hem was. Ik luister een beetje onwennig naar zijn verhaal, ik herken het verdriet om een geliefde, om een ouder. Hij vertelt over de verantwoordelijkheid die hij nu heeft als oudste van het gezin en over de problemen met de erfenis. Maar het meest is hij aangedaan door de ziekte van zijn moeder. De last lijkt als een juk op zijn schouders te liggen, zwaarmoedigheid kleurt zijn stem wanneer hij vertelt dat het allemaal teveel wordt. De kleine garage lijkt bij deze woorden nog kleiner te worden. Plots komt zijn moeder in de garage staan, ze spreken een paar woorden met elkaar. Ik versta hen niet maar de rust in de stem van de moeder is duidelijk voelbaar.

 

“Haar lever, het gaat niet goed met haar lever.” fluistert hij, alsof hij zijn moeder in de aanpalende kamer wil sparen van zijn woorden. Ik weet niet goed wat zeggen, maar vraag toch wat er nog gedaan kan worden. En dan lijkt het alsof de hemel opklaart: “ ik kan haar helpen”, “ mijn lever is geschikt om haar te redden”. De ogen van Erik worden vochtig, hij wrijft erin net alsof er iets in zijn oog zit. Het constant heen en weer geschud worden tussen zijn eigen zwaarmoedigheid en het feit dat hij de redder van zijn moeder kan zijn, putten hem uit. Hij vertelt dit, terwijl hij zich tegen de muur neerploft. “Ik weet niet hoe het verder moet, alles komt op mij terecht”.

We praten verder over zijn verlies, de ziekte van zijn moeder en alles waar Erik mee zit. Tijdens het gesprek wisselt zijn gemoed van hoopvol naar hopeloos en terug. Ikzelf weet af en toe niet wat zeggen en dan probeer ik met een schouderklopje mijn eigen machteloosheid te verdoezelen. “Jij bent de enigste aan wie ik dit kan vertellen.” zegt hij tegen mij, terwijl zijn hand mijn schouder raakt. Ik vertel hem over de belangrijke taak die op hem wacht, dat hij er nu moet zijn voor zijn moeder. Ik weet niet of mijn woorden gepast zijn op dit moment, maar de gelaatsuitdrukking van Erik stelt me gerust.

 

Met een stoere knuffel, we zijn tenslotte allebei mannen, nemen we afscheid van elkaar. Erik lacht naar mij als ik vanuit de garage het daglicht tegemoet wandel.

 

Terug

Foto's © Stephan Vanfleteren
Alle rechten voorbehouden
Disclaimer
een HolonCom Xtrasite CMS
Ontwerp: Afreux